Nu de rails is gelijmd in het station is het de hoogste tijd om de bedrading voor de blokken, melders en wisselpolarisatie aan te brengen. In mijn dagelijkse werk bij Domburg Train Support met het bouwen van geautomatiseerde modelbanen heb ik een paar trucjes geleerd om de kans op fouten zo klein mogelijk te maken en de efficiëntie optimaal te houden. Het komt erop neer dat ik heb geleerd te stoppen met nadenken.
Klinkt raar, maar is eigenlijk heel logisch, het is een techniek uit de regeltechniek. Mensen maken fouten wanneer ze moeten nadenken over de handelingen die ze moeten doen. Door van te voren alle factoren te elimineren waarover je zou kunnen nadenken tijdens het uitvoeren van het werk, elimineer je de kans op fouten, en verhoog je de prosuctiesnelheid.
Om dit uit te leggen, kunnen we goed naar dit voorbeeld kijken. Je zou denken dat je van te voren moet gaan bepalen waar blokken, melders en scheidingen aangebracht moeten worden en waar de elektronica geplaatst gaat worden. Dit zijn factoren die je kunt elimineren met een paar simpele technieken.
Stap 1: Kleur bekennen
De eerste stap is het uitkiezen van de kleuren die je wilt gaan gebruiken. Er is standaard keuze uit 11 kleuren:
- Rood
- Blauw
- Geel
- Groen
- Zwart
- Wit
- Grijs
- Bruin
- Oranje
- Roze
- Paars
In de basis kiezen we kleuren die de functie van het draad logisch maken. Iedereen heeft een bepaalde associatie met een kleur en de functie ervan. Zo kiezen we voor elke functies een eigen kleur, en houden we de vuistregel aan dat de kleuren moeten contrasteren. Bijvoorbeeld rood en bruin voor de rails is een slechte keuze, onder de baan met minder zicht, zijn die makkelijk te verwarren met elkaar. Terwijl bijvoorbeeld zwart en wit die kans minimaal maken. Op dat moment hoef je ook niet na te denken welke kleur welke functie heeft.
Ik heb op mijn modelbaan voor de rails gekozen voor 5 kleuren.
Spoorstaaf A > Doorlopende spoorstaaf: Blauw
Spoorstaaf B > Bezetmelders: Rood
Puntstukpolarisatie wissel > Hartstuk: Groen
Puntstukpolarisatie wissel > Gebogen spoorstaaf: Wit
Puntstukpolarisatie wissel > Rechte spoorstaaf: Zwart
Meer over puntstukpolarisatie vind u hier
Qua draaddiktes gebruik ik voor de rails 0,2 mm2 soepel draad, welke diameters je wanneer mag gebruiken vertel ik in deze tutorial.
Stap 2: Lengte van de draden
Hoelang moeten de draden zijn? Een vraag die ik vaak krijg. En ergens zonde van de tijd, tenzij je op de kosten wilt letten. Voor mij is draad een verbruiks product en een meter meer gebruiken kost mij minder dan een centimeter te kort. Ik werk dus graag met overlengte in mijn bedrading.
Omdat deze modelbaan vrij hoog op zijn poten staat heb ik weinig zin om boven mijn hoofd te werken om de modules aan te sluiten. Ik heb ervoor gekozen om de elektronica op een wand te plaatsen die horizontaal langs de onderzijde is geplaatst. De gemiddelde draadlengte zal dan 2 to 3 meter lang zijn. Nu is mijn vuistregel dat ik de draden van de rails nooit langer maak dan 4 meter. In dit geval kan ik dus heel makkelijk ervoor kiezen om elke draad 4 meter lang te maken, zodat ik later wel zie waar ik de techniek ga plaatsen.
Maak je ook vooral niet druk met labelen van de draden, of schema’s tekenen van de bedrading. Zelf heb ik een broertje dood aan schema’s en tekeningen. Die hebben me al zo vaak bedrogen dat het meer tijd kost dan het oplevert. Schrijffouten, typefouten, interpretatieverschillen, of geen disciplinaire revisie van de tekeningen. Ik gooi ze vaak direct in een hoek. Er zijn voor mij maar twee factoren die de waarheid spreken: Een multimeter en de besturingssoftware.
Als ik later de draden een voor een doormeet met een multimeter op een piepstand, dan weet ik 100% zeker dat het ook echt dat draadje is en de verbinding ook in orde is. Werkend vanaf een schema of een label geeft weer kans op leesfouten, aannames en interpretatiefouten. Zonde van de tijd dus, aldus mijn ervaring! De besturingssoftware kan simpelweg niet werken als de informatie niet klopt, en dat is in feite een 100% nauwkeurige revisietekening.
Stap 3: Indelen van blokken en melders
Een leuk topic waar veel mensen over struikelen bij het bedraden van hun modelbaan. Want waar breng je de scheidingen aan en hoeveel emlders je gebruikt per blok enzovoort. Nu is dit enorm afhankelijk van de software die je gaat gebruiken, deze bepaald namelijk hoeveel melders je dient te hebben in een blok, en waar ze moeten zitten.
Ik werk met de software iTrain, een moderne besturingssoftware die niet werkt op traditionele binnenkomst-, rem-, en stopmelders. Maar op positieberekening. Het maakt iTrain niet uit hoeveel emlders er zijn en waar ze zitten, zolamg je hem maar verteld hoeveel het er zijn, in welke volgorde n hoelang de melders zijn. Ook zijn er een paar vuistregels die de verloop verbeteren. Dit omdat iTrain melders in een blok gebruikt op diverse manieren:
- Melders kunnen de positionering in een blok corrigeren en nauwkeuriger maken, des te meer des te beter
- Wissel of wisselstraten apart detecteren bevorderd het vrijgeven ervan
- Korte melders aan het begin geven de mogelijkheid tot rangeren in een bezet blok
Met deze kennis, en het gegeven dat ik met Dinamo werk, maakt dat ik per blok de beschikking heb over 4 bezetmelders. Vrij te verdelen en te gebruiken. Ook hoef ik met Dinamo niet op de polariteit te letten, dit mag per blok verschillen, zolang de polariteit binnen het blok maar hetzelfde is. Dit is het voordeel van een blokbestuurd systeem. Elk blok word individueel aangestuurd van elkaar door de software.
Hiermee hanteer ik de volgende vuistregels:
- Wisselstraten krijgen een melder vanuit het blok waardoor de wisselstraat word gevoed
- De overgebleven melders verdeel ik binnen dat blok
- Perronsporen krijgen 4 melders: 1 voor het perrons, 1 na het perron en 2 langs het perron
- Ik heb geen ongedetecteerde stukken, dat is nadelig voor de werking van de positionering
- Opstelsporen en rangeersporen krijgen aan beide kanten een korte melder om rangeerbewegingen te activeren
- Vrije baan blokken krijgen 2 melders
Als je deze methode hanteert hoef je daar niet over na te denken bij het aanbrengen van de draden. De scheidingen in de rails kan je naderhand aanbrengen nadat je klaar bent met solderen.
Stap 4: Voorbereiden van de draden
De draden zelf knip ik meestal in groepjes op maat. Ik bereid meestal tussen de 5 en de 10 draden voor om tegelijkertijd aan te brengen. Vaak zie ik gebruikers die de draden kort aanstrippen, wat ervoor zorgt dat isolatie vaak zichtbaar is. Dit kan beter, strip daarom de draden zeker 1 cm aan voordat je ze voor vertint. Dan zie je na het wegvoeren van de draden naar onderen geen isolatie meer. Over dat doorvoeren zie ik ook vaak dat het gaatje naar onderen ver van de soldering word aangebracht. Boor het gat direct naast de soldering tussen de bielzen in, dan verdwijnen ze compleet en zie je er later niets meer van. Je soldeert immers maar een millimeter of 3-4 van het draadje aan de rails vast. De rest verdwijnt in het hout.
Er is vaak een discussie of de rails aan de zijkant of de onderzijde gesoldeert moet worden. Dit is een kwestie van techniek vind ik naast persoonlijke voorkeur. Ik soldeer liever naderhand aan de zijkant. Dan heb ik geen gedoe met draden die onder de lijm zitten. Ook hoef ik dan met het leggen van de raisl hier niet over na te denken. En met de juiste soldeertechniek zie je na het weatheren van de rails helemaal niets meer van dat draadje.
Stap 5: Het solderen
Heet heet ijzer, letterlijk en figuurlijk. Maar solderen kan je leren, door het te oefenen. Ik hanteer wel een paar regels uit ervaring die de beste resultaten geven:
Gebruik van een goed soldeerstation
Ik gebruik een soldeerstation met een smalle punt 0.2 tot max 0.5 mm. het voordeel van een station is dat de temperatuur goed regelbaar is en bij een digitale station er een lastregeling zi op de temperatuur. Dan voorkom je een drop in temperatuur als je de bout tegen het materiaal zet. Metaal geleid ook warmte en bij een te grot verlies krijg je een “koude” soldering.
Gebruik vloeimiddel
Omdat de warme van de bout snel wegvloeid in het materiaal, wil je eigenlijk de temperatuur concentreren op een specifieke plek waar je gaat solderen. Het vloeien van de tin moet versneld worden, en hiervoor gebruik je gloeimiddel. Zo voorkom je gesmolten bielzen of ander plastic. Ik gebruik geen flux, dat vind ik veel te duur voor het solderen aan rails. Ik gebruik S65 van Griffon. En nee dit is geen S39! Let hier goed mee op!
S39 is vloeimiddel voor reguliere koperleidingen die best aggresief is. gebruik je dit dan zal dit de rails wegvreten op den duur. S65 daarintegen is een zuurvrije vloeistof voor drinkwaterleidingen, compleet onschadelijk du en met water afneembaar. Met 1 flesje kan je wel kilometers rails solderen, voor de prijs van 1 spuitje flux waarmee je geen kilometer rails gaat redden.
Als ik klaar ben met solderen en de draden zijn weggewerkt, kwast ik de rails vaak schoon met Isopropanyl. Dan verwijder ik overtollige vloeimiddel wat niet is opgelost door de warmte.
De juiste soldeertin
Soldeertin is ook een belangrijke factor. Ik gebruik sowieso loodvrije tin met harskern. En persoonlijk vind ik een tindikte van 0,5 mm het fijnst. Des te dunner de tindraad, des te beter de hoeveel toegevoerde tin te controleren is. Bij een dikte van 1mm krijg je al snel teveel tin op je werkstuk.
Puntreiniger
Punten verbranden en tin ook. Om de punt schoon te houden veeg ik hem vaak schoon in koperwol. En als de tin niet meer wilt hechten aan de punt dan zet ik de punt even in een bakje TIPPY. Dit is een goedje wat de punt schoonbrand, het stinkt enorm maar werkt wel heel efficient.
Temperatuur van de bout
Dit is een persoonlijke keuze, hoe lager de temperatuur, des te langer het duurt voordat de tin gaat vloeien. Ik heb hier een hekel aan, dus ik bak letterlijk. Ik soldeer op 450 graden wat echt wel heet is, mijn punten slijten ook vrij snel. Dit neem ik voor lief, dat liever dan te lang mijn bout op een werkstuk zetten. De meesten variëren tussen de 350 en 450 graden.
Aanbrengen van de tin
Voer de tin niet toe via de bout, maar op het materiaal. Als deze voldoende is opgewarmd door de bout zal het tin gaan vloeien en dan weet je zeker dat je een goede vloeiing van de tin hebt.
De praktijk
Vandaag heb ik op het station de bedrading gesoldeerd. In de timelaps reel is dit in een versnelt tempo te zien. Normale snelheid is wel erg slaapverwekkend. AL met al was ik met 1,5 uur klaar. De volgende keer ga ik de draden wegwerken naar de onderkant van het hout en de sectiescheidingen aanbrengen. Als dit gedaan is kan ik de bedrading weg gaan werken naar de elektronica.
Vond je deze uitleg leuk? Abonneer je dan op mijn Youtube, Instagram of Facebook kanaal, en laat voor een reactie achter op dit artikel! Ik beantwoord graag je vragen 🙂
Groetjes Martin